Laatste-inleverdag Leesbaar Groningen in Dagblad van het Noorden

In het Dagblad van het Noorden van maandag 12 september stond een verslag over de laatste-inleverdag van Leesbaar Groningen in Boekhandel van der Velde.

‘Het literaire geheugen van Groningen sprak’

Leesbaar Groningen Slotdag Van der Veldegeheel

door IGOR WIJNKER 

GRONINGEN – Zo’n zeshonderd citaten zijn de afgelopen maanden al aangedragen voor de literaire kaart van Groningen. Dit weekeinde was de laatste kans nog iets in te leveren. 

Terwijl buiten het asfalt bijkans smelt onder de voeten van het winkelend publiek, zitten initiatiefnemers/samenstellers Louis Stiller en Erik Nieuwenhuis zaterdagmiddag op de koele bovenverdieping van Boekhandel Van der Velde gebogen over de literaire kaart. Aan de andere kant van de tafel zit schrijver/dichter Arjen Boswijk met een A4 met drie citaten, waaronder een strofe uit het gedicht In Groningen van Kopland. „Dit gedicht heb ik in het Sterrenbos nog wel ‘ns lichtelijk aangeschoten gedeclameerd aan een heel mooi meisje. Maar dat heeft weinig indruk gemaakt. Ze wilde geen dichter, denk ik.” Nieuwenhuis: „Dat is toch dat lugubere bosje? Daar moet je ook geen meisjes mee naartoe nemen.”

De samenstellers zijn zeer tevreden over de kwantiteit en kwaliteit van de inzendingen. Stiller: “Zeshonderd, is een goede corpus om mee te werken.” „Het is voor het volk, van het volk”, zegt Nieuwenhuis, die met Stiller toch heel wat knowhow in huis heeft. „De mensen weten natuurlijk veel meer dan ons.” Stiller: „Wij wilden graag gebruik maken van het collectieve geheugen. En dat is gelukt.”

Vaste contribuant Nelleke van der Vliet (oud-bibliothecaresse) komt ook weer enkele citaten brengen, en vraagt of er nog lege plekken zijn. „Het Lauwersmeer”, zegt Nieuwenhuis. Tot hij zich plots bedenkt dat de VPRO een aantal jaar geleden schrijvers zes dagen op een woonboot op het Lauwersmeer lieten bivakkeren. Stiller schrijft het meteen op: „Daar gaan we achteraan.”

En dan verschijnt zowaar schrijver/dichter Wouter Godijn aan tafel. Hij heeft geen citaten bij zich. „Maar je kunt ons wel even helpen met dit citaat uit jouw werk dat iemand heeft ingediend”, zegt Nieuwenhuis.

‘Als mijn herinnering mij niet bedriegt verhuisde ze midden in de winter van die hotelkamer naar een woonboot. Petroleum- en gaska-chels, die niet deden wat ze moesten doen (branden), wél wat ze niet moesten doen (lekken). [Wouter Go-dijn, De liefdesmachine, Atlas Contact p.61

De schrijver van die zinnen moet even heel diep nadenken en zegt dan: „Ja… dat is het Hoendiep. Nou ja… geïnspireerd op, hè.”

Als Anton Scheepstra van Uitgeverij Passage een kwartier later ook nog arriveert, moet er een extra stoel worden gezocht. Op verzoek van de samenstellers heeft hij een paar citaten meegenomen. Uiteraard van schrijvers uit zijn eigen stal. En als iemand de Veenkoloniën de laatste tien jaar op de kaart heeft gezet dan is dat Herman Sandman. Deze passage uit zijn voetbalroman FC Hopeloos (2014) past prima op zo’n desolate kaarsrechte weg in die contreien.

‘Wat is dat voor onzin? Er is hier geen nieuwe weg. Er komt hier geen nieuwe weg. Alle wegen liggen hier al honderd jaar en zullen er de komende honderd jaar liggen. Er is ook geen enkele reden voor een nieuwe weg, want dit is al de kortste weg. En al zouden we een nieuwe weg willen, dan komt die er niet, om-dat dit een uithoek is. Er woont hier niemand en niemand wil hierheen.’

Al is bovenstaande passage natuurlijk veel te lang. Er zal gesnoeid moeten worden, door de samenstellers en de redacteuren Jan Glas en Henk Scholte. En door vormgeefster Yolanda Huntelaar, die de lastige taak heeft om van die honderden citaten een lezenswaardige en grafisch aantrekkelijke kaart te maken. Met de kaart van Amsterdam waren ze zo’n vier jaar bezig. Die van Groningen is volgende zomer klaar.

Stiller: „We weten nu hoe het moet.”